< Back to the blog

Europese vakantie

  • 04/06/2021
  • Gaëtan Gonzalez - Fiducial Accountancy

De vakantieperiode nadert heel snel en u heeft in de loop van het jaar 2020 of begin 2021 misschien  nieuwe medewerkers aangeworven.

Zij zullen u vragen op hoeveel dagen verlof zij recht hebben of hoe zij hun vakantiedagen kunnen opnemen ondanks een onvolledig gepresteerd jaar 2020.

In dit document vindt u een alternatief voor het wettelijke verlofstelsel, waardoor uw medewerkers die weinig of geen verlof hebben in 2021 toch met vakantie zouden kunnen gaan.

 

Op wie is dit van toepassing?

Het stelsel van “Europese vakantie” is een recht voorbehouden voor personen die een loontrekkende activiteit aanvatten of hervatten en die geen, of onvolledig, recht op vakantie hebben.

Het gaat dus om een recht en niet om een verplichting. Het staat de werknemer vrij er aanspraak op te maken.

 

 Wat is in feite de “Europese vakantie”?

In België is het recht op vakantie van een werknemer gebaseerd op de effectieve of gelijkgestelde prestaties die hij heeft uitgevoerd gedurende het voorgaande kalenderjaar (= vakantiejaar).

Een medewerker die in de loop van het jaar een activiteit als werknemer aanvat of hervat, zal het daaropvolgende jaar geen of geen volledig vakantierecht hebben.

Dankzij het stelsel van Europese vakantie kan de werknemer zijn recht op vakantie aanvullen tot een  maximum van 4 weken per jaar. Deze Europese vakantie betekent een voorschot op het dubbel vakantiegeld van het volgende jaar.

 

 Cumulatieve toekenningsvoorwaarden?

    • De medewerker moet een activiteit als loontrekkende aanvatten of hervatten;

    • De werknemer moet in hetzelfde kalenderjaar 3 maanden werkelijke of gelijkgestelde arbeidsprestaties hebben verricht, al dan niet doorlopend, bij één of meerdere werkgevers. Deze periode van 3 maanden wordt “aanloopperiode” genoemd en telt, in principe, 90 kalenderdagen;

Voorbeeld: Een werknemer, die gedurende meerdere jaren werkloos was, start bij een werkgever op 1 juli 2020. De aanloopperiode start dus op 1 juli 2020 en eindigt op 30 september 2020.

In 2021 kan de werknemer nog van de Europese vakantie genieten want op grond van zijn prestaties in 2020, heeft hij in 2021 recht op maar 10 vakantiedagen (vijfdagenstelsel). Om zijn Europese vakantiedagen op te nemen, moet de werknemer zijn 10 wettelijke dagen opgebruikt hebben en een nieuwe aanloopperiode ondergaan die zal starten op 1 januari 2021 en eindigen op 31 maart 2021.

    • De werknemer moet zijn recht op wettelijk verlof uitgeput hebben;

 

 Specifieke kenmerken van de Europese vakantie

In tegenstelling tot andere vakantiecategorieën, geeft het Europese vakantiestelsel de werknemer geen recht, rechtstreeks, op vakantiedagen om zijn recht op wettelijke vakantie aan te vullen.
Concreet gezien wil dat zeggen dat het aantal dagen Europese vakantie waarop de werknemer recht heeft, elke keer dat hij Europese vakantiedagen opneemt, opnieuw moet berekend worden. Bij elke aanvraag moet het recht dus herzien worden.

De berekening is verschillend voor arbeiders en bedienden.

Bediende

Na de aanloopperiode (3 maanden), heeft de werknemer recht op 6 dagen Europese vakantie (in een zesdagenstelsel). Dit moet uiteraard pro rata berekend worden op grond van het werkstelsel van de werknemer.

Vervolgens geniet de werknemer nog 2 dagen per gepresteerde of gelijkgestelde maand.

Voorbeeld: Een werknemer wordt aangeworven op 1 februari 2020 op basis van een vierdagenstelsel. Zijn aanloopperiode van 3 maanden eindigt op 30 april 2020. Hij dus recht op 4 dagen Europese vakantie vanaf de laatste week van de periode.

    • Algemene berekeningsformule: 6 (aantal vakantiedagen voor zesdagenstelsel) X 4 (werkstelsel van de werknemer) / 6 (referentiestelsel) = 4 dagen.

Deze werknemer had graag begin juli enkele dagen genomen. Hij zal recht hebben op:

    • De werknemer heeft 2 maanden (mei en juni) gepresteerd (of gelijkgesteld), wat recht geeft op 4 dagen Europese vakantie in het zesdagenstelsel. Dit moet nu pro rata worden teruggebracht op basis van het werkrooster.

        ◦ 4 (dagen op basis van mei/juni) X 4 (werkstelsel) / 6 (referentiestelsel) = 2,666 (naar boven af te ronden = 3 dagen).

Arbeider 

Het recht op Europese vakantie voor arbeiders wordt berekend op grond van de gepresteerde dagen die u hieronder vindt:

 

Aantal gepresteerde of gelijkgestelde dagen

Aantal vakantiedagen in een voltijds vijfdagenstelsel

231 en meer20
van 221 tot 23019
van 212 tot 22018
van 202 tot 21117
van 192 tot 20116
van 182 tot 19115
van 163 tot 18114
van154 tot 16213
van144 tot 15312
van 135 tot 14311
van 125 tot 13410
van106 tot 1249
van97 tot 1058
van 87 tot 967
van 77 tot 866
van 64 tot 765
van48 tot 634
van39 tot 473
van 20 tot 382
van 10 tot 191
van 0 tot 90


 

Voorbeeld: een arbeider start op 1 januari 2021 in een voltijds vijfdagenstelsel. Op 31 maart loopt de aanloopperiode van 3 maanden ten einde. Dit vertegenwoordigt 65 gespresteerde dagen (13 weken x 5 dagen). Hij heeft dus recht op 5 dagen Europese vakantie.

3 maanden later wenst hij nog aanvullende vakantie te nemen. Dat zijn dus 130 gepresteerde dagen (26 weken x 5 dagen) en dit geeft recht op 10 dagen Europese vakantie. De reeds opgenomen dagen moeten uiteraard van deze 10 dagen worden afgetrokken (bijvoorbeeld de 5 dagen opgenomen na de aanloopperiode).

 

 Welke bezoldiging voor de werknemer?

De Europese vakantiedagen zijn een voorschot op het dubbel vakantiegeld van het volgende jaar. Dit wil zeggen op het dubbel vakantiegeld van het jaar dat volgt op het opnemen van deze aanvullende vakantie.

Bediende

De werkgever betaalt de Europese vakantiedagen gewoon zoals wettelijke vakantiedagen.

Bij de berekening van het dubbel vakantiegeld van het volgende jaar, zal het bedrag dat overeenstemt met de opgenomen Europese vakantiedagen afgetrokken worden.

Indien de werknemer de onderneming verlaat of ontslagen wordt, dan zal de terugvordering plaatsvinden bij de eindafrekening van de werknemer.

Arbeider 

Net zoals bij de bedienden, is het vakantiegeld van de arbeiders een voorschot op de berekening van het jaar dat volgt op het jaar van het opnemen van de Europese vakantie.

Het bedrag van het Europese vakantiegeld is gelijk aan 7,69% van de lonen ontvangen tijdens de periode die recht geeft op deze aanvullende vakantie.

Dit vakantiegeld wordt betaald door het vakantiefonds waar de werkgever bij aangesloten is, of door de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV), en de betaling zal plaatsvinden tijdens het kwartaal dat volgt op de opname van de aanvullende vakantie.

Voorbeeld: Een arbeider start in een bedrijf op 1 februari 2021, voltijds, 5 dagen per week. Hij verdient 2.500 euro bruto. Hij wenst een week Europese vakantie te nemen in mei (na de aanloopperiode van 3 maanden). De berekening is als volgt:

    • 2.500 (bezoldiging) x 3 (gepresteerde maanden) = 7.500 euro
        ◦ 7.500 euro X 108% X 7,69% = 622,89 euro bruto vakantiegeld

 

Welke stappen moeten ondernomen worden?

Het onderscheid tussen arbeiders en bedienden is ook hier van toepassing.

Arbeider 

De arbeider die zijn eerste Europese vakantiedagen opneemt, moet het formulier (beschikbaar op de website van de RJV) overhandigen aan het vakantiefonds waar de werkgever bij aangesloten is, of rechtstreeks aan de RJV.

        Let wel, dit formulier moet ondertekend zijn door zowel de werknemer als de werkgever.

Bediende

Voor een bediende moeten geen formaliteiten vervuld worden aangezien de werkgever de werknemer gewoon betaalt gedurende de Europese vakantiedagen (voorschot) en de situatie vervolgens geregulariseerd wordt bij de berekening van het dubbel vakantiegeld van het volgende jaar.

Deel dit artikel

Aanbevolen artikels

Ondernemings (- en btw-) nummers beginnend met 1 op komst - pas uw systemen aan

  • 06/09/2022
  • Sven Reynders - FIDUCIAL Accountancy

Welcome Sven Reynders !

  • 17/10/2022

FIDUCIAL BeLux is hiring!

  • 15/12/2022