Ondernemings (- en btw-) nummers beginnend met 1 op komst - pas uw systemen aan
- 06/09/2022

Op 15 oktober heeft het Hof van Cassatie zich uitgesproken in een zaak waarin het een cassatieberoep verwierp dat werd ingediend voor een dossier waarin de Belgische fiscus de toepassing van de “FBB” (forfaitaire buitenlandse belastingkorting) op dividenden van buitenlandse oorsprong uitgekeerd aan een Belgische inwoner, wilde uitsluiten.
Maar wat is de “FBB” op dividenden van buitenlandse oorsprong? Wat is het nut of het belang van deze “FBB” voor particulieren[1] die privé hebben belegd in buitenlandse aandelen? Als ik, bijvoorbeeld, over aandelen bezit in Franse bedrijven die dividenden uitkeren, hoe kan dit invloed hebben op deze dividenden et op mijn “netto” winst? Wij stellen u voor dit hieronder kort te onderzoeken.
Wanneer een Belgische inwoner dividenden ontvangt van een Belgische vennootschap, wordt een roerende voorheffing ingehouden op deze dividenden. Deze roerende voorheffing bedraagt in de regel 30% [2]. Deze roerende voorheffing wordt “bevrijdend” genoemd omdat het bedrag van de geïnde dividenden, in principe, niet meer in uw belastingaangifte moet opgenomen worden [3].
Als dezelfde Belgische inwoner nu dividenden van buitenlandse oorsprong ontvangt, zullen deze eerst in het land van afkomst belast worden en vervolgens aan de Belgische roerende voorheffing van 30% onderworpen worden.
Het belastingtarief in het land van afkomst varieert van land tot land. Het is niet uniform. In Frankrijk bedraagt dit belastingtarief 30%.
Concreet gezien, zonder enig ander correctiemechanisme, in het geval van een Franse onderneming die een dividend van 10.000 € bruto zou uitkeren, zal de Belgische ingezeten aandeelhouder slechts 4.900 € netto ontvangen, zoals samengevat in de tabel hieronder.
| Bruto dividenden betaald door het Franse bedrijf | 10.000 € |
| Inhouding bij de bron in Frankrijk (30%) | - 3.000 € |
| Netto dividenden aan de grens van België | 7.000 € |
| Belgische roerende voorheffing (30%) | - 2.100 € |
| Netto dividenden belastingplichtige | = 4.900 € |
De dubbele belastingheffing op dividenden verhoogt dus mechanisch de totale fiscale druk op deze dividenden tot 51%, wat meer is dan het marginale belastingtarief dat van toepassing is op de personenbelasting!
Als u de dividenden via uw Belgische bank int, zal zij de roerende voorheffing voor rekening van de Belgische staat toepassen. Als u daarentegen uw dividenden niet via een Belgische bank maar, bijvoorbeeld, rechtstreeks in Frankrijk int, dan moet u dit in uw Belgische belastingaangifte vermelden.
Om situaties van dubbele belasting te proberen voorkomen, of om op zijn minst de gevolgen ervan te beperken, heeft België met een groot aantal landen, waaronder Frankrijk, een aantal overeenkomsten ter vermijding van dubbele belastingheffing onderhandeld en ondertekend.
Wat de dividenden betreft, voorziet de met Frankrijk ondertekende OVDB dat Frankrijk een inhouding bij de bron mag heffen op Franse dividenden die aan Belgische inwoners worden uitgekeerd, met een maximum van 15%.
Schematisch gezien, als we ons vorig voorbeeld opnieuw bekijken, zou de Belgische belastingplichtige dus 5.950 € moeten ontvangen in plaats van de oorspronkelijk berekende 4.900 €, zoals weergegeven in de onderstaande tabel.
| Bruto dividenden betaald door het Franse bedrijf | 10.000 € |
| Inhouding bij de bron in Frankrijk (15%) toepassing van de OVDB | - 1.500 € |
| Netto dividenden aan de grens van België | 8.500 € |
| Belgische roerende voorheffing (30%) | - 2.550 € |
| Netto dividenden belastingplichtige | = 5.950 € |
De totale belastingdruk op de dividenden is gedaald naar 40,50% (!), wat wil zeggen 10,5% minder dan in de oorspronkelijke situatie. Toch is er nog steeds een dubbele belastingheffing: Frankrijk belast de dividenden met 15% en België met 30%.
Naast het hierboven beschreven correctiemechanisme dient er op te worden gewezen dat veel van de door België ondertekende OVDB's, naast een beperking van de bronbelasting ook een weinig bekend aftrekkingsmechanisme, de zogenaamde "buitenlandse forfaitaire belasting" ("FBB"), voorzien. Deze aftrek heeft tot doel de effecten van de dubbele belastingheffing als gevolg van grensoverschrijdende investeringen, te verlichten.
Zo voorziet het met Frankrijk ondertekende OVDB niet alleen uitdrukkelijk dat de door Frankrijk toegepaste inhouding bij de bron beperkt moet blijven tot 15%, maar ook dat er in toepassing van de Belgische wetgeving rekening moet worden gehouden met een “FBB”-aftrek, zonder dat deze minder dan 15% van de netto-inkomsten kan bedragen [4].
Als we opnieuw ons voorbeeld nemen, stellen we volgende vast:
| Bruto dividenden betaald door het Franse bedrijf | 10.000 € |
| Inhouding bij de bron in Frankrijk (15%) toepassing van de OVDB | -1.500 € |
| Netto dividenden aan de grens van België | 8.500 € |
Belgische roerende voorheffing: - Belgische roerende voorheffing (8.500 € *30%) = 2.550 € | - 1.275 € |
| Netto dividenden belastingplichtige | 7.225 € |
De totale belastingdruk op de dividenden is gedaald tot 27,75% (!). De toepassing van de FBB heeft mechanisch tot gevolg dat de uiteindelijk te betalen Belgische roerende voorheffing drastisch daalt. Zij daalt tot 15% van de netto dividenden aan de grens. En daarin ligt dus het probleem: de Belgische belastingadministratie is niet van plan om af te zien van haar roerende voorheffing van 30% zoals voorzien in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen.
Echter, op basis van een unaniem erkend, onbetwist en onbetwistbaar beginsel, heeft het conventionele recht - dit wil zeggen het recht dat voortvloeit uit de door de Belgische Staat ondertekende internationale verdragen - voorrang op het interne recht, ook al bevat datzelfde nationale recht geen bepalingen of eventueel bepalingen die tegenstrijdig kunnen zijn met de bepalingen van die verdragen. Dit principe werd door ons Hof van Cassatie meerdere malen herhaald, onder andere in een arrest van 16 juni 2017, precies met betrekking totde toepassing van het FBB. Het bovenvermelde arrest van 15 oktober volgt dezelfde lijn!
Als we de redenering van ons Hof van Cassatie dus volgen, kan een Belgische belastingplichtige die dividenden van Franse oorsprong ontvangt, eisen dat de FBB-aftrek toegepast wordt, zoals voorzien in de tussen Frankrijk en België ondertekende OVDB, ongeacht de bepalingen van het Wetboek van de Inkomstenbelasting!
Het antwoord is onbetwistbaar ja. Maar om het te weten, moet u de OVDB raadplegen die ondertekend werd tussen de staat waar de bron van dividenden zich bevindt (dus de Staat waar het bedrijf dat de dividenden uitkeert, gevestigd is) en België.
Als voorbeeld kunnen we de aandacht al trekken op het feit dat dit mechanisme niet is opgenomen in de OVDB die tussen België en Nederland is ondertekend, maar dat het daarentegen wel is opgenomen in de OVDB ondertekend tussen België en Italië, Tunesië en Israël .... om alleen deze landen te noemen!
Tot slot, als u dividenden van buitenlandse bron ontving et u niet van de “FBB” geprofiteerd hebt, heeft u waarschijnlijk te veel belasting betaald op deze dividenden. Zeker als ze van Franse bron zijn ...
Maar is het te laat om de situatie recht te trekken?
Het antwoord is nee, indien de geïnde dividenden minder dan 5 jaar oud zijn. In dat geval is het nog mogelijk een actie te ondernemen om het te veel betaalde bedrag terug te vorderen. De medewerkers van Fiducial beschikken over de nodige technische expertise om u op dit gebied het beste advies te geven en u te helpen een oplossing te vinden om de situatie recht te zetten zowel voor het verleden als voor de toekomst.
1 Voor ondernemingen die een belang hebben in Franse bedrijven, gelden andere regels
2 Met uitzondering van de speciale stelsels, zoals bijvoorbeeld het regime van de VVPR bis.
3 U moet het echter wel doen bijvoorbeeld indien het marginale belastingtarief dat van toepassing is op uw totale inkomen minder dan 30% bedraagt.
4 Art. 19.A.1, tweede alinea van de OVDB – Voor de dividenden « …die in Frankrijk de inhouding bij de bron werkelijk hebben ondergaan, wordt de belasting in België verschuldigd op hun bedrag netto van Franse inhouding, verminderd, eensdeels, met de tegen het gewone tarief geïnde roerende voorheffing en, anderdeels, met het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting dat onder de door de Belgische wetgeving vastgestelde voorwaarden aftrekbaar is, zonder dat bedoeld gedeelte minder dan 15 pct. van het evenvermelde nettobedrag mag belopen ».
Deel dit artikel